Beleid
Uitgelicht

Home » Beleid » RIZIV

RIZIV

Budget 2024

Het gezondheidszorgbudget nam in 2024 toe met 2,65 miljard euro. Dit resulteerde in de berekende groeihypothesen o.b.v. een globale groeinorm van 2,5%, een indexering voor de honoraria van 6,05% en een budget van 168 miljoen euro dat werd vrijgemaakt voor diverse nieuwe maatregelen, nl. zorgen voor:

  • voldoende zorgverleners die de afgesproken tarieven respecteren en hun werk op een kwalitatieve manier kunnen doen;
  • een toegankelijke en betaalbare zorg voor iedereen, met aandacht voor mentaal welzijn;
  • een kwalitatieve en geïntegreerde zorg.

Dus ook voor de thuisverpleegkundigen werden de honoraria vanaf 1/01/2024 lineair geïndexeerd met 6,05%.

Daarnaast werd een structureel bedrag van 10 miljoen euro vrijgemaakt voor geconventioneerde thuisverpleegkundigen. De Overeenkomstencommissie besliste om dit bedrag voor 2024 – 2025 – 2026 in te zetten voor de verderzetting van een conventiepremie.

Als goede leerling in de gezondheidszorg – de vooropgestelde doelstellingen werden behaald in het kader van appropriate care – was er nog een budget van 7,9 miljoen euro beschikbaar om te herinvesteren, in onder meer een honorarium voor de verpleegkundige zorg die verleend wordt tijdens het weekend of op feestdagen in een tijdelijke of definitieve gemeenschappelijke woon- of verblijfplaats. Hiervoor werd er een nieuwe rubriek 3Ter in de nomenclatuur art. 8 gecreëerd. Doordat deze maatregel pas in werking trad op 1 juli 2024 besliste de Overeenkomstencommissie om het beschikbare budget voor thuisverpleegkundigen (3,9 miljoen euro voor de periode 1/01/2024 – 30/05/2024) eenmalig te investeren en toe te voegen aan de 10 miljoen euro voor de conventiepremie. Dat betekent dat het volledige beschikbare budget (7,9 miljoen euro) zal geïnvesteerd worden in de sector thuisverpleging.

De gezondheidszorgbegroting omvat tevens een herwaardering van de prestaties van de diabeteseducatoren in het kader van het opstarttraject. Hiervoor was een enveloppe beschikbaar van 500 000 euro.

In de door de regering voorgestelde begroting voor 2024 werd wel een budget voor een pilootproject Art 56 nr 120 voor een nieuwe financiering in de thuisverpleging opgenomen met een budget van 1 miljoen euro op jaarbasis voor de wetenschappelijke ondersteuning, de evaluatie en de praktische organisatie en projectmatige begeleiding van dit pilootproject. De middelen voor de specifieke activiteiten van de deelnemende praktijken thuisverpleging dient vrijgemaakt te worden in het eigen sectorbudget.

 

Budget 2025

De totstandkoming van het globaal budget Gezondheidszorg 2025 was door de regering in lopende zaken bijzonder moeilijk. Er was enkel een voorlopig budget dat werd bepaald op basis van de groeinorm alsook een besluit over de indexering van de honoraria. Binnen de begrotingsdoelstelling is er geen ruimte voor nieuwe initiatieven.

De globale begrotingsdoelstelling voor het jaar 2025 werd vastgesteld op 39 miljard euro. De toegepaste indexfactor voor de honoraria en tarieven bedraagt 3,34%. Deze wordt lineair toegepast vanaf 1/01/2025.

Concreet betekende dit globaal goedgekeurd budget voor de thuisverpleegkundigen dat er geen bijkomende middelen beschikbaar zouden zijn voor de reeds vastgelegde prioriteiten in de thuisverpleging. Denk hierbij aan de uitrol van het dossier rond negatieve druktherapie, uitbreiding van de postoperatieve oogindruppeling met lasertherapie en de noodzakelijke herziening van de infuustherapie.

Wondzorg

De nieuwe nomenclatuur wondzorg (in voege sinds 1/12/2022) werd geëvalueerd aan de hand van een bevraging bij thuisverpleegkundigen en op basis van analyses door het RIZIV. Dit resulteerde in een nota, die werd besproken in de werkgroep wondzorg van de Overeenkomstencommissie van het RIZIV. Deze evaluatie volgde de structuur van de vooropgestelde doelstellingen van de nomenclatuurswijziging, namelijk een efficiëntere opvolging van de wondverzorging, een vereenvoudiging van de nomenclatuur, een herwaardering voor de thuisverpleegkundigen, een uitbreiding van de rol van de referentieverpleegkundige wondzorg en budgetneutraliteit. Hoewel deze nomenclatuurswijziging over het algemeen als positief wordt ervaren, zal aan de Overeenkomstencommissie het advies gevraagd worden over de nog openstaande bemerkingen en de impact op het budget. De afronding van de evaluatie is voorzien in het eerste semester 2025.

 

On hold: Uitbreidingen nomenclatuur art. 8

De werkzaamheden van de twee werkgroepen die zich buigen rond het dossier van de postoperatieve oogindruppeling en de perfusietherapie werden eind 2024 on hold geplaatst, wegens geen budgettaire ruimte voor nieuwe initiatieven in 2025. Binnen de werkgroep was er consensus om het toepassingsgebied van de oogindruppeling te verruimen door de lasertherapie mee op te nemen. Het doel van de werkgroep rond perfusietherapie was om de regelgeving te vereenvoudigen, te verduidelijken en aan te passen aan de noden op het terrein.

 

Integratie zorgkundigen

De herziening van de inzetbaarheid van de zorgkundigen trad in werking op 1/1/2024. Het doel van deze nomenclatuurswijziging was om in te zetten op doelmatige zorg en om meer transparantie te brengen in het delegatieproces, dit met aandacht voor het kwaliteitskader waarbinnen de zorgen gedelegeerd kunnen worden. De wijzigingen hebben o.a. betrekking op de definiëring van de structurele equipe (het aantal verpleegkundigen per structurele equipe, de rol van de verpleegkundige), het aantal maximale toegestane percentage van de geattesteerde basisverstrekkingen, de spreiding van zorgen over meerdere zorgzittingen en het inzetten van zorgkundigen in palliatieve zorg.

 

Woonzorgvormen

Op basis van een onderzoek door DGEC (RIZIV) werd aangetoond dat de thuisverpleegkundige nomenclatuur, en meer bepaald de toepassing van categorie 1 en 2 versus categorie 3bis in VAPH-instellingen niet altijd correct gebeurde. De sector thuisverpleging kaartte hierbij aan dat het niet altijd duidelijk is onder welke categorie van art. 8 van de nomenclatuur een bepaalde woonvorm valt, noch of de zorg al dan niet wordt verleend in een erkende VAPH-instelling. Om deze problematiek uit te klaren werd een aparte werkgroep Woonzorgvormen opgericht in de schoot van het RIZIV, met verdere voortgang van de werkzaamheden in 2025.

 

Verplichte affichage tarieven zorgverleners

Ook het Wit-Gele Kruis houdt zich aan de verplichte affichage van de tarieven van de meest gangbare vergoedbare verstrekkingen. Deze tarieven werden sinds 1 maart 2024 geafficheerd in de praktijk en via online kanalen.

Tags: